Geschillencommissie Reizen

GESCHILLENREGLEMENT VAN DE V.Z.W. GESCHILLENCOMMISSIE REIZEN


Art. 1: Geschillencommissie Reizen
De Geschillencommissie Reizen is de commissie die bedoeld wordt in het model van de algemene reisvoorwaarden en van het boekingsformulier opgesteld door de v.z.w. Geschillencommissie Reizen.

Art. 2: Adres
De v.z.w. Geschillencommissie Reizen en haar secretariaat zijn gevestigd in 1000 Brussel, p/a Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, North Gate III, Koning Albert II-laan 16, 1000 Brussel; tel. : 02/206.52.38 ; fax : 02/206.57.74

Art. 3: Mededelingen en termijnen
Elke mededeling gedaan in uitvoering van dit reglement, is geldig als de geadresseerde de ontvangst ervan schriftelijk heeft bevestigd, of als ze hem aangetekend werd aangeboden op zijn laatst gekende adres. Behoudens andersluidende bepaling geldt de postdatum als verzendingsdatum of als aanvangspunt van een termijn. Alle in dit reglement voorkomende termijnen worden berekend overeenkomstig de artikelen 48 tot en met 50, evenals 52 tot en met 57 van het Gerechtelijk Wetboek.

Art. 4: Voor alles wat niet uitdrukkelijk in dit reglement is omschreven zijn de artikelen 1676 tot en met 1723 van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing.

Art. 5: Samenstelling van het arbitraal college
De v.z.w. Geschillencommissie Reizen wordt door de procederende partijen gelast met de aanwijzing van de arbiters van het Arbitraal College. Daarbij moeten de volgende regels in acht genomen worden.
Het arbitraal College moet bestaan uit een voorzitter en twee of vier andere arbiters. De Voorzitter wordt in onderling overleg aangewezen door de v.z.w. Geschillencommissie Reizen; hij moet onafhankelijk zijn en de graad van doctor of licentiaat in de rechten hebben behaald.
De andere arbiters worden op paritaire basis aangewezen door enerzijds de leden van de v.z.w. Geschillencommissie Reizen die de reissector vertegenwoordigen en anderzijds de leden die de verbruikersorganisaties vertegenwoordigen. Die leden treden niet op als partijarbiters.

Art. 6: Voor arbitrage vatbare geschillen
Het Arbitraal College neemt enkel kennis van geschillen onder de voorwaarden bepaald in de algemene reisvoorwaarden. Daarnaast is het ook bevoegd voor geschillen waarvoor de betrokken partijen na het ontstaan van een geschil een “arbitraal compromis” hebben gesloten.
Geschillen over lichamelijke schade zijn in ieder geval uitgesloten.

Art. 7: Draagwijdte van de arbitrageovereenkomst
Het feit dat partijen overeengekomen zijn om hun geschil door de Geschillencommissie te laten arbitreren, houdt in dat zij zich aan dit reglement onderwerpen.
Indien één van de partijen ondanks die arbitrageovereenkomst weigert deel te nemen aan de arbitrage, of zich van deelneming onthoudt, zal de arbitrage toch doorgaan.
Wanneer een partij één of meer verweermiddelen opwerpt over het bestaan of de geldigheid van de arbitrageovereenkomst, beslist het Arbitraal College over zijn eigen rechtsmacht.
Het Arbitraal College is bevoegd, ondanks de nietigheid of de onbestaandheid van het reiscontract, indien zij vaststelt dat de arbitrale overeenkomst op zich geldig is.

Art. 8: Bewarende maatregel of voorlopige voorziening
In spoedeisende gevallen kan iedere partij bewarende maatregelen of een voorlopige voorziening vragen aan de rechter. De eisende partij moet zowel het verzoek zelf als de uitspraak erover onverwijld meedelen aan het secretariaat van de Geschillencommissie.
Het is aan de eiser om de maatschappelijke zetel van de tegenpartij(en) per aangetekend schrijven op de hoogte te brengen van het aanhangig maken van een zaak bij de geschillencommissie reizen, en dit uiteraard binnen de bestaande verjaringstermijn van 1 jaar, te rekenen vanaf het einde van de prestatie die aanleiding geeft tot het geschil. (Wijziging goedgekeurd door de raad van beheer Geschillencommissie Reizen 17 juni 2004)

Art. 9: Taal
De arbitrale behandeling verloopt hetzij in het Nederlands hetzij in het Frans. De beslissing terzake ligt bij de reiziger. Hij moet zijn keuze meteen in zijn verzoek tot arbitrage maken, ofwel later, maar in dat geval wel binnen de termijn bepaald in artikel 13. Heeft hij geen taal gekozen of heeft hij dat niet tijdig gedaan, dan zal het arbitraal geding worden gevoerd in de taal die werd gebruikt voor het verzoek tot arbitrage, mits dit in het Nederlands of het Frans werd opgesteld.
Anders beslist het Arbitraal College over de taal waarin de rechtspleging zal verlopen, rekening houdend met de omstandigheden en onder meer met de taal van de overeenkomst.
Het Arbitraal College mag alle aangewende bewijsstukken laten vertalen door een vertaler naar keuze. De daaraan verbonden kosten moeten door de eisende partij worden voorgeschoten. Die kosten behoren tot de procedurekosten waarover het arbitraal college in de uitspraak zal beslissen.

Art. 10: Verzoek tot arbitrage via vragenformulier
De eisende partij moet het verzoek tot arbitrage formuleren op een vragenformulier dat speciaal daarvoor werd ontworpen door de v.z.w. Geschillencommissie Reizen.
Dit formulier ligt ter beschikking op het secretariaat van de Geschillencommissie en wordt op eenvoudige vraag, samen met het geschillenreglement, toegestuurd aan de eisende partij.
Wanneer het vragenformulier volledig ingevuld en ondertekend is, moet het door de eiser aangetekend worden verstuurd naar het secretariaat van de Geschillencommissie.
De vordering wordt aanhangig gemaakt op de datum die blijkt uit de poststempel van die aangetekende brief, of in voorkomend geval uit de datum waarop het formulier op het secretariaat werd afgegeven.

Art. 11: Betaling van een waarborg
Binnen de vijftien dagen nadat de vordering aanhangig werd gemaakt, moet de eisende partij als waarborg een bedrag zoals bepaald in artikel 26, op de rekening van de Geschillencommissie Reizen storten.
Wanneer binnen de drie maanden na de indiening van het verzoek tot arbitrage de waarborg niet volledig is betaald, wordt de eisende partij geacht afstand te doen van het geding. Na deze periode komen reeds gedeeltelijk gedane betalingen van rechtswege toe aan de vzw Geschillencommissie Reizen.

Art. 12: Tussenkomst van het secretariaat
Na ontvangst van de waarborg brengt het secretariaat van de Geschillencommissie de verwerende partij(en) op de hoogte van de vordering die aanhangig werd gemaakt. Daartoe bezorgt het deze partij(en) per aangetekende brief, een kopie van het vragenformulier dat de eisende partij heeft ingevuld, samen met het geschillenreglement. In diezelfde brief deelt het secretariaat de datum mee van de rechtszitting waarop het Arbitraal College de zaak zal behandelen.
Terzelfder tijd brengt het secretariaat de eisende partij per aangetekende brief op de hoogte van de datum van de rechtszitting.

Art. 13: Het “in staat stellen” van de zaak
Uiterlijk 1 maand na de datum die blijkt uit de poststempel op de aangetekende brieven die in artikel 12 werden bedoeld, moeten alle betrokken partijen hun dossier, samen met een inventaris van de stukken, bezorgen aan het secretariaat van de Geschillencommissie.
Het aantal exemplaren dat ze moeten overhandigen, bedraagt evenveel als er partijen zijn in de rechtspleging, plus één. Die regel geldt ook voor foto’s of videobanden die als bewijsmateriaal worden aangevoerd.
Wanneer bepaalde stukken niet voor kopiename in aanmerking komen, moet men de originelen afgeven op het secretariaat van de Geschillencommissie. In de inventaris waarvan sprake in het eerste lid van dit artikel, moet men voor de stukken in kwestie de vermelding toevoegen dat ze ter inzage liggen op het secretariaat van de Geschillencommissie.

Art. 14: Tussenkomst van het secretariaat
Na verloop van de termijn bepaald in artikel 13 stuurt het secretariaat van de Geschillencommissie de dossiers van de partij(en) per gewone brief naar de tegenpartij(en), of laat de tegenpartij(en) per gewone brief weten dat de andere partij haar dossier niet tijdig heeft bezorgd.

Art. 15: Eventuele tegeneis
Wanneer de verwerende partij(en) een tegeneis wil(len) formuleren, moet(en) ze dat doen binnen de termijn bepaald in artikel 13. Ze moet(en) daartoe een aangetekende brief richten aan de partij tegen wie ze de vordering instelt (instellen), alsook aan het secretariaat van de Geschillencommissie.

Art. 16: Eventuele “conclusies”
Wanneer een partij conclusies neemt moet ze het origineel sturen of afgeven op het secretariaat van de Geschillencommissie, en terzelfder tijd een kopie bezorgen aan alle andere partijen die in de zaak betrokken zijn.
De verwerende partij(en) heeft (hebben) één maand de tijd om conclusies te nemen, gerekend vanaf het ogenblik waarop ze de brief heeft (hebben) ontvangen waarvan sprake in artikel 14.
De eisende partij heeft één maand om te antwoorden. Daarna krijgt (krijgen) de verwerende partij(en) ten slotte vijftien dagen om haar (hun ) wederwoord te formuleren.

Art. 17: De zitting
Ten minste een half uur vóór de zitting die voor de behandeling van de zaak werd vastgelegd, ligt het volledige dossier zoals het aan het Arbitraal College zal worden bezorgd, ter inzage van de partijen.

Art. 18: Persoonlijke verschijning of via een derde
Alle partijen verschijnen ofwel persoonlijk ofwel via een persoon die ze daartoe schriftelijk hebben gemachtigd met een naar behoren opgestelde volmacht, behalve voor wat de echtgeno(o)t(e) betreft. Ze mogen zich desgewenst laten bijstaan door een persoon naar eigen keuze, mits die door het Arbitraal College wordt toegestaan. Ze mogen zich eveneens laten vertegenwoordigen of laten bijstaan door een advocaat.
In de wet van 29.4.2001 wordt het artikel 410 van het Burgerlijk Wetboek uitgebreid, in die zin dat de vader en de moeder, ofwel de ouder aan wie het ouderlijk gezag werd toevertrouwd, ofwel de langstlevende vader of moeder, in hun hoedanigheid van wettelijk beheerder van de goederen van hun minderjarige kinderen, zoals de voogd, de bijzondere en voorafgaande machtiging van de Vrederechter moeten vragen om een arbitrage-akkoord in naam van hun minderjarig kind te ondertekenen.
Dergelijke machtiging moet worden gevraagd bij de Vrederechter van het Kanton waar het kind is gedomicilieerd; het volstaat hiertoe een brief te richten aan die vrederechter, met een afschrift van het volledige dossier (vragenlijst + stukken) dat bij het secretariaat van de Geschillencommissie Reizen ingediend werd of moet worden.
Zonder dergelijke machtiging binnen de 3 maanden na het indienen van het arbitrageverzoek bij het secretariaat van de Geschillencommissie Reizen, wordt een rechtsdag voor de zaak bepaald en dient het college de minderjarige buiten het geding te stellen.

Art. 19: Niet openbaarheid
De zittingen zijn niet openbaar.
De partijen verklaren zich akkoord met de publicatie van de arbitrale uitspraak, in haar geheel of samengevat, mits weglating van alle identificatiemogelijkheden.

Art. 20: Onderzoek van de zaak
Het Arbitraal College onderzoekt de zaak met alle geschikte middelen. Het kan onder meer een persoonlijke verschijning of een getuigenverhoor gelasten, of één of meer deskundigen aanstellen.
Een partij die videobanden als bewijsmateriaal heeft aangevoerd, kan gebruik maken van de apparatuur die de Geschillencommissie Reizen ter beschikking stelt.

Art. 21: Sluiting van de debatten
Na behandeling van de zaak worden de debatten gesloten en wordt de zaak voor uitspraak in beraad genomen.

Art. 22: Akkoord ter zitting
Indien de partijen tijdens de zitting een akkoord hebben bereikt om aan hun geschil een einde te maken, wordt dat akkoord opgenomen in een arbitrale uitspraak.

Art. 23: Uitspraak
Het Arbitraal College doet op een gemotiveerde wijze uitspraak binnen twee maanden, gerekend vanaf de dag van de laatste zitting over de zaak. De beslissing wordt geacht te zijn gedaan op de plaats van de arbitrage en op de dag vermeld in de arbitrale uitspraak.
De uitspraak gebeurt met meerderheid van stemmen.

Art. 24: Mededeling van de uitspraak
De uitspraak wordt binnen een maand na uitspraak in een gewone brief meegedeeld aan de betrokken partijen. De uitspraak wordt ook neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg van de plaats waar de arbitrage plaatsvond.

Art. 25: Definitief karakter van de uitspraak
De arbitrale uitspraak is definitief en wordt in laatste aanleg gewezen.
Door het feit zelf dat partijen hun geschil voor arbitrage aan de Geschillencommissie voorleggen, verbinden zij zich ertoe de uitspraak ten uitvoer te brengen. Zij doen afstand van alle rechtsmiddelen waarvan zij rechtsgeldig afstand kunnen doen.

Art. 26: Betaling van een waarborg
Binnen de termijn voorzien in art. 11 moet de eiser een bedrag storten aan de GR gelijk aan 10 % van de geëiste som met een minimum van 100 Euro.
Dit bedrag moet betaald worden als waarborg van de arbitragekosten, die eventueel verschuldigd zouden zijn door de eiser, na aftrek van de door hem verschuldigde kosten (zie art. 27).
De waarborg zal teruggestort worden aan de eiser binnen de maand vanaf de datum dat de notificatie van de uitspraak of de kennisgeving van de overeenkomst, zoals voorzien in artikel 28.
De waarborg (in de hypothese van veroordeling van de wederpartij, dit is de reisorganisator of reisbemiddelaar) wordt steeds teruggestort aan de persoon die hem heeft betaald.
Het komt dan desgevallend aan de betrokkenen toe, naar aanleiding van de vereffeningverdeling van hun huwelijksvermogensstelsel (na het uitspreken en definitief worden van de echtscheiding), om het nodige te doen voor de onderlinge verrekening van dit bedrag.

Art. 27: Arbitragekosten
Er wordt ambtshalve over de kosten beslist. Normaal worden de kosten ten laste gelegd van de verliezende partij. Wanneer elk van de partijen echter gedeeltelijk in het ongelijk worden gesteld over een bepaald geschilpunt, kan het Arbitraal College zelf beslissen over de verdeling van de kosten. Het Arbitraal College zal dan steeds motiveren waarom de kosten niet worden verdeeld.

Art. 28: Waarborg in geval van minnelijke schikking
Indien de partijen gedurende de tijdspanne voor het “in staat stellen” van de zaak (d.i. na aangetekende verzending van de zittingsdatum) tot een akkoord komen, behoudt de vzw Geschillencommissie Reizen de voorgeschoten waarborg. Het bedrag hiervan moet dan door de partijen onderling verrekend worden in het kader van deze minnelijke regeling. In dergelijk geval moeten de partijen zo snel mogelijk hun akkoord schriftelijk voorleggen aan het secretariaat van de Geschillencommissie.

Art. 29: Verweergeld
In geval van veroordeling, zal de reisorganisator of de reisbemiddelaar die door het arbitrale college werd veroordeeld een forfaitair bedrag van 100 euro verschuldigd zijn per geschil dat aan de arbitrage is voorgelegd en waarvoor hij niet in het gelijk gesteld wordt (Wijziging goedgekeurd door de raad van beheer Geschillencommissie Reizen 17 juni 2004).

Art. 30: Kosten voor niet-leden
De reisorganisator of reisbemiddelaar die geen lid is van één van de beroepsverenigingen die zich hebben aangesloten bij de v.z.w. Geschillencommissie Reizen, en evenmin werd aanvaard als toegevoegd lid van voormelde v.z.w., is per behandeld dossier aan de v.z.w. een vast en niet terugvorderbaar bedrag verschuldigd van 125 euro, los van het verweergeld dat hem zal gefactureerd worden als hij wordt veroordeeld (Art. 29) - (Wijziging goedgekeurd door de raad van beheer Geschillencommissie Reizen 17 juni 2004)

Art. 31: Belasting op de toegevoegde waarde
De arbitragekosten zoals voorzien in artikel 27 en 28 evenals de kosten voorzien in artikel 29 en 30 zijn onderworpen aan de BTW. De bedragen verrekend ten laste van particulieren bevatten BTW. Wanneer deze bedragen verrekend worden ten laste van vennootschappen of zelfstandigen werkzaam in het kader van hun beroepsactiviteit bevatten geen BTW, deze zal bijkomend worden gefactureerd.